Frank Westerman: 'Een woord een woord'

Frank Westerman: 'Een woord een woord'

Schrijver vertelt over zijn boek over terrorisme

12 oktober 2016
 

Verslag

Thuis in Assen werd schrijver Frank Westerman in de jaren zeventig opgevoed met het idee dat je meningsverschillen altijd uitpraat. En dat je in geval van conflicten die niet konden worden uitgepraat naar de rechter stapte. Maar gaandeweg werd dat vertrouwen in de macht van het vrije woord steeds verder uitgehold.

Dat begon eigenlijk al dichtbij huis, met de Molukse treinkapingen in De Punt en Wijster en de gijzelingen in het provinciehuis. Dat waren voor Westerman geen ver van mijn bed-verhalen. ,,In 1975 kwam op een dag een leraar niet opdagen op school. Even later verscheen de hoofdmeester in de klas. Hij vertelde dat er een trein was gekaapt. De leraar was een van de kapers.’’

Het was een vervreemdende tijd. Westerman zat bij Molukkers op school, voetbalde met hen. Maar in die tijd van angst voor mogelijke nieuwe Molukse acties hield zijn moeder hem een dag thuis van school. En jongens die hij wel kende van school bleken betrokken bij de Molukse acties, zoals de gijzeling op het provinciehuis.

Eenmaal op het journalistieke pad werd zijn geloof in de macht van het vrije woord nog verder op de proef gesteld. Dat gebeurde in voormalig Joegoslavië en in Rusland, waar hij het Tsjetsjeense conflict meemaakte. In dat laatste land kwam de journalist Westerman zichzelf pas echt tegen toen hij de rivier Terek niet durfde over te steken om naar Tsjetsjenië te reizen. ,,Journalisten en hulpverleners waren doelwit geworden in dat gebied. Kort ervoor waren vier Europeanen gedood. Hun afgehakte hoofden waren langs een weg gelegd. Dat was voor het eerst dat ik een pas op de plaats maakte.’’

Het ondermijnde zijn geloof in de macht van het woord verder. ,,De aanpak van praten, registreren en beschrijven faalde.’’ Wat kan het woord uitrichten tegen fanatieke jongeren die overtuigd zijn van hun gelijk en die naar geweld grijpen?  Westerman betrapte zichzelf er op een tikkeltje cynisch te worden.

Het bracht hem decennia later, in een periode waarin terrorisme het nieuws domineert, op het idee om de macht van het woord te onderzoeken. Een zoektocht die hij beschrijft in zijn nieuwste boek Een woord een woord. ,,Ik heb dit boek geschreven vanuit een zekere wanhoop dat het vrije woord eigenlijk machteloos is tegenover dit soort geweld.’’

Die zoektocht voerde hem onder meer langs een opleidingscentrum van de politie, waar hij twee weken lang een anti-terreurtraining onderging. ,,Ik wilde mijn geloof in praten terugkrijgen, leren van een onderhandelaar. Wat kan een redenaar inbrengen tegen een geweldenaar? Ik wilde uitzoeken of er een alternatief antwoord bestaat tegen geweld- een alternatief behalve geweld.’’

Hij leerde tijdens praktijkoefeningen onder meer in gesprek te gaan met gijzelnemers, empathie te tonen en op zoek te gaan naar hun motief. ,,Het inleven in een terrorist doe je niet omdat je hem aardig vindt, maar om hem te bestrijden.’’

Inleven is volgens hem een essentieel onderdeel van terrorismebestrijding. ,,Vooral om te voorkomend dat  mensen naar terrorisme grijpen. De voedingsbodem voor terrorisme is altijd het gevoel achtergesteld te zijn, te worden vernederd. Als je dat gevoel langdurig hebt, dan ligt het verdwijnen van humor en zelfspot in het verlengde daarvan. En in het verlengde daarvan ligt geweld.’’

 Maar hoe herken je dan dat jongeren vatbaar zijn voor radicalisering? Volgens Westerman ligt de frontlinie tegenwoordig in klaslokalen. Neem nu de aanslagen op de redactie van het Franse satirische tijdschrift Charlie Hebdo in Parijs. Leraren vertelden daarna hoe leerlingen in hun klas het bloedbad goedkeurden. ,,Dan kun je die leerlingen meteen van school trappen, maar je kunt beter met zo’n klas in gesprek gaan. Waarom vinden die leerlingen dat? Dan heb je het over de macht van het woord!’’

Denk nu niet dat Westerman een softie is. Hij beseft dat geweld soms de enige manier is om terrorisme te bestrijden of te beëindigen. ,,Bij de treinkapingen kun je bijvoorbeeld stellen dat zachte heelmeesters stinkende wonden maakten. We stuurden eerst twee psychiaters om langdurig met de kapers te onderhandelen, in plaats van dat we mariniers stuurden. Ik heb een van die psychiaters  gesproken en hij vertelde dat ze destijds maar wat deden.’’

Daarentegen denkt hij dat het wel goed is dat na de Molukse acties, toen het stof weer wat was opgetrokken, er ruimte kwam om te praten. ,,We zijn na alle ellende echt gaan luisteren. Er werd les gegeven in het Maleis, er kwam een Moluks historisch museum.’’

En dat nabestaanden van twee kapers nu een rechtszaak tegen de Nederlandse staat aanspannen omdat mariniers hen tijdens de bestorming zouden hebben geëxecuteerd? Volgens Westerman heeft die kwestie heel veel voors en tegens. ,,Maar ik ben blij dat het in dit land mógelijk is om zo’n zaak aan een rechter voor te leggen.’’

Reacties