Astronomie

Astronomie

Een blik in het heelal

12 februari 2014
 

Verslag

Het was even doorbijten voor de leek op het gebied van astronomie. Want wat voor sterrenkundige professor Ger de Bruyn gesneden koek is, lag menig bezoeker van het Kenniscafé toch wat zwaar op de maag. Of beter gezegd: op het brein. Het valt niet mee om binnen drie kwartier termen als roodverschuivingen, frequenties en het Dopplereffect een plekje te geven.
Dat neemt niet weg dat De Bruyn, werkzaam bij sterrenkundig instituut Astron in Dwingeloo, vol passie vertelde over zijn werk als projectleider bij LOFAR. Dat is een reeks van laagfrequente antennes in Nederland en elders in Europa, die samen een enorme radiotelescoop vormen. Het hart van die telescoop staat in Exloo, maar inmiddels telt LOFAR achttien stations in Nederland en nog eens acht elders in Europa, waaronder in Zweden en – binnenkort – in Polen.
De immense radiotelescoop vangt signalen uit de ruimte op die wetenschappers veel vertellen over het ontstaan van de eerste van de miljarden sterrenstelsels. Zo richt De Bruyn zich bijvoorbeeld op de peuterjaren van het heelal, ergens tussen de 400 en 800 miljoen jaar na de oerknal. Die big bang vond volgens wetenschappers zo’n 13,7 miljard jaar geleden plaats.
 

Terwijl De Bruyn zich volop op de wording van het heelal richt, waagde wetenschapsjournalist Govert Schilling zich na de pauze aan de vraag of er ergens in het heelal nog een tweede aarde kan zijn. Zijn antwoord: ja, dat kan zeker, maar het bewijs ontbreekt.
Een belangrijk element in zijn verhaal vormen de elementen. Immers, de bouwstoffen die voor het leven op aarde zorgden, zoals koolstoffen, komen ook in het heelal in grote hoeveelheden voor. Het zou volgens Schilling bijna arrogant zijn om te denken dat die stoffen alleen op aarde tot leven hebben geleid.
Aanvankelijk werd dat leven vooral op de planeten in ons eigen zonnestelsel gezocht. Zo was de planeet mars lange tijd in beeld als ‘bewoonde’ planeet. Volgens Schilling staat vast dat er ooit water vloeide, wat nu nog als een soort permafrost in de bodem zit. Net zoals volgens hem onomstotelijk is bewezen dat op een maan van de planeet Jupiter een dikke ijskorst zit, waaronder zich vloeiend water bevindt.
De laatste decennia is dankzij wetenschappelijk onderzoek ontdekt dat het heelal veel meer planeten telt dan die in ons zonnestelsel. Een ruimtetelescoop van ruimtevaartorganisatie NASA ontdekte op basis van permanente metingen van de helderheid van liefst 150.000 sterren in vier jaar tijd al 3500 van zulke ‘exo-planeten’.
Wetenschappers analyseren op dit moment al de dampkringen van enkele exoplaneten. Ook zijn er verschillende plannen voor supertelescopen op het land en in de ruimte, die de planeten verder moeten bestuderen. “Er is tot op heden geen bewijs voor leven op andere planeten, maar de wetenschap komt er steeds dichterbij”, betoogde Schilling.

 


 

Reacties